Allemaal Taal!

DI|07|02: Waar komt het Nederlands vandaan?

Hoe kan het dat het Nederlands zoveel op z’n buurtalen, het Duits en het Engels, lijkt? En waarom lijkt het nauwelijks op die andere buurtaal, het Frans? Waarom lijken de woorden voor ‘moeder’, ‘broeder’, en ‘dochter’ in het Sanskrit ( mātar , bhrātar , en duhitar , respectievelijk) zoveel op de Nederlandse vorm? Waar komt het Nederlands vandaan?


DI|21|02: De sturende kracht van taal

Een glas kan ‘halfvol’ of ‘halfleeg’ zijn. Dat is misschien wel het bekendste voorbeeld van de sturende kracht van taal. De werkelijkheid is hetzelfde, maar door je woordkeus stuur je de lezer of luisteraar in één bepaalde richting.


DI|28|02: De taal van argumenten en overtuigen

Het denken over hoe je een standpunt het beste kunt verdedigen is begonnen in de klassieke oudheid. Veel van de ideeën die toen al zijn ontwikkeld, spelen ook vandaag de dag nog een belangrijke rol in de theorie van argumenteren en overtuigen, uiteraard in een modern jasje.


DI|07|03: What is in a word? (in English)

We use words to think together and to bring about change in the world. Words are culturally motivated and provide clues to history, modes of thinking, and patterns of interaction in a society. We will show in this lecture how word meanings vary across languages and reflect values and preoccupations and how they code culture specific logics.


DI|21|03: Moedertaal in de steigers

Hoe hebben we toch allemaal onze moedertaal verworven? Zonder expliciete instructie moesten we als baby de code van onze moedertaal maar zien te kraken (Kuhl, 2004). Des te indrukwekkender dus dat de code van de moedertaal binnen een jaar of vier grotendeels gekraakt is. Claartje Levelt zal aan de hand van kindertaalproducties een aantal stadia uit het taalverwervingsproces illustreren, en zal laten zien hoe taalkundigen achter de taalkennis van jonge baby's proberen te komen.


DI|28|03 Lezing 2: Taalwetenschap en de prehistorie

De Indo-Europese taalfamilie gaat terug op een vooroudertaal die duizenden jaren voor Christus gesproken werd. Kunnen we aan de hand van de kenmerken van de talen die tot de Indo-Europese taalfamilie behoren bepalen wanneer en waar die prehistorische oertaal gesproken werd? Ja! Kunnen we dan ook iets zeggen over de sprekers van die oertaal? En in hoeverre vallen taalkundige hypotheses over die sprekers in overeenstemming te brengen met andere bronnen over de prehistorie, zoals de archeologie en de archeogenetica?